Bagger is niet altijd schoon

Bagger is niet altijd schoon

De waterbeheerder hoeft de schade, die is geleden doordat een paard gewond raakte door glasresten in op een weiland ontvangen baggerspecie, niet te vergoeden.

Casus

Het Wetterskip Fryslân had ter uitoefening van haar beheerstaak een sloot laten uitbaggeren. De daarbij vrijgekomen baggerspecie is op het weiland naast de sloot achtergelaten. Het Wetterskip had de bagger van te voren laten controleren op chemische verontreiniging. Daarbij, en waarschijnlijk evenmin bij het baggeren, was niet opgevallen dat er in de specie glasresten aanwezig waren.

Een paard dat in het betreffend weiland liep is gewond geraakt door een uit de baggerspecie afkomstige glassplinter, althans zo luidt het oordeel van de kantonrechter die de vordering tot schadevergoeding van de eigenaar van het paard behandelt. Ondanks die vaststelling wijst de kantonrechter de vordering tot schadevergoeding af. De reden daarvoor is – kort samengevat – dat van het waterschap niet kon worden verlangd dat zij alle bagger controleert voordat deze op het weiland wordt achter gelaten. Het waterschap heeft niet onrechtmatig gehandeld jegens de eigenaar. De kantonrechter overweegt hiertoe onder meer dat het waterschap vele kilometers sloten moet baggeren, dat het ondoenlijk en inefficiënt is om alle specie te controleren, en dat het niet dermate vaak voorkomt dat er glassplinters in specie zitten dat het waterschap daarmee rekening had moeten houden.

Juridische aspecten

Artikel 5.23 lid 2 van de Waterwet bepaalt – kort gezegd – dat eigenaren en gebruikers van naast een watergang gelegen perceel verplicht zijn om bij het sloten/klepelen/baggeren vrijgekomen specie en maaisel te ontvangen. Feitelijk houdt dit in dat de eigenaar/gebruiker moet toestaan dat het waterschap bagger en maaisel uit de watergang op de walkant trekt en daar laat liggen.

Deze verplichting is een zogeheten “gedoogplicht ex lege”, de plicht vloeit voort uit de wet. Het waterschap hoeft dus niet voorafgaand aan het baggerwerk een gedoogplichtprocedure te doorlopen. De wetgever achtte dit te omslachtig voor de relatief kleine inbreuk op het eigendoms-/gebruiksrecht (Memorie van Toelichting, blad 111).

De kantonrechter heeft de belangen van de diverse partijen afgewogen. De kantonrechter citeert uit het arrest van de Hoge Raad “Bildtpollen/Miedema:

–       “Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van handelen in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, niet alleen moet worden gelet op de kans op schade, maar ook op de aard van de gedraging, de aard en ernst van de eventuele schade en de bezwaarlijkheid en de gebruikelijkheid van het nemen van voorzorgsmaatregelen.”

–       “Dat niet reeds de enkele mogelijkheid van schade als verwezenlijking van een bepaald gedrag inherent gevaar dat gedrag onrechtmatig doet zijn, maar dat zodanig gevaarscheppend gedrag slechts onrechtmatig is indien de mate van waarschijnlijkheid van schade als gevolg van dat gedrag zo groot is dat de betrokkene zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden.”

Onder andere omstandigheden is het waterschap mogelijk wel aansprakelijk voor schade als gevolg van achtergelaten baggerspecie. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de situatie dat het waterschap bewust verontreinigde baggerspecie had achtergelaten en/of de situatie dat de schade (veel) groter geweest. Ook de grote hoeveelheid specie of maaisel en verontreiniging of besmetting daarvan kan een aanleiding zijn om specie of maaisel (toch) af te voeren dan wel de aan gronden veroorzaakte schade te vergoeden, aldus de Memorie van Toelichting, blad 111).

Tip

Ga er niet vanuit dat het bij baggerwerkzaamheden achtergelaten materiaal geen vervuiling bevat; het waterschap hoeft dat immers niet per definitie te controleren.

Uitspraak kantonrechter 15 augustus 2014

Waterwet, artikel 5.23

Waterwet, Memorie van Toelichting

Toelichting van Wikipedia bij 7 april 2006, “Bildtpollen/Miedema”

Richard van Baalen

Auteur: Richard van Baalen

Email: rvbaalen@aens.nl
T.: 0317 – 425 300

Praktijkgebieden
Civiel- en bestuursrechtelijk agrarisch recht, onroerend goedrecht, algemeen bestuursrecht

Loopbaan
Richard studeerde in 2007 af aan de Universiteit Utrecht, waar hij de master Staats- en Bestuursrecht afrondde. Tijdens en kort na zijn studie was hij griffier bij de Centrale Raad van Beroep. In de twee jaren daarop volgend werkte hij bij een gemeente op de afdeling grondzaken, op het grensvlak tussen het bestuursrecht en het civielrecht. In 2010 trad Richard in dienst bij A&S Advocaten.

Persoonlijk
“Vaak zijn kwesties over Agrarisch recht of Onroerend goedrecht niet puur civiel- of bestuursrechtelijk van aard. De cliënt is er niet altijd mee geholpen om die aandachtsgebieden gescheiden te behandelen. Ik vind het mooi om cliënten een totaaloverzicht voor te kunnen houden. Dat werkt vaak verhelderend. In mijn vrije tijd lees ik graag, bijvoorbeeld over geschiedenis. Ook ben ik vaak te vinden in het bos en het buitengebied, soms op de chopper en soms op hardloopschoenen.”

Nevenactiviteiten

  • Lid Vereniging voor Agrarisch Recht (VAR);
  • Lid (aspirant) Vereniging van Onteigeningsadvocaten (VOA);
  • Lid Vereniging voor Onteigeningsrecht (VvOr);
  • Adviseur kenniswerkgroep Onteigening en Planschade (Nederlandse Vereniging van Makelaars)
  • Docent Academie voor Vastgoed / NVM SOM
  • Divers (kerkelijk) bestuurswerk.

Publicaties

  • Reactie op afwijzing van de voordracht tot vernietiging van ‘Beheersverordening Hellebeuk’ (Tijdschrift voor Omgevingsrecht, mei 2014)
  • De gebrekenregeling: invloed van de planologie – Het huur- en pachtrecht vergeleken (Tijdschrift voor Agrarisch Recht, april 2013)
  • Divers (zie ‘Blog en Nieuws’)