Inlaatvoorzieining bepaalt het waterpeil niet

Inlaatvoorzieining bepaalt het waterpeil niet

Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard had een vergunning verleend voor het vervangen van twee inlaatvoorzieningen door een nieuwe inlaatvoorziening. Met die voorziening wordt water vanuit de Rotte de Vliet ingelaten. In een procedure tegen dat besluit mag echter niet worden geklaagd over de hoogte van het waterpeil dat feitelijk met die inlaatvoorziening wordt geregeld.

Een omwonende had geprobeerd om de hoogte van het waterpeil ter discussie te stellen door te procederen tegen het besluit ter vervanging van de twee inlaatvoorzieningen. Op het eerste gezicht is dat ook niet onlogisch. Immers, het waterpeil wordt toch gereguleerd met zo’n inlaatvoorziening? In dit geval kwam daar nog bij dat uit een waterplan bleek dat de nieuwe inlaat nodig was om voldoende water te kunnen inlaten ten behoeve van nieuwe woonwijken (aldus appellant). De appellant vond het niet zo’n goed idee om meer water toe te laten, want hij vreesde dat aan zijn nabij de inlaat gelegen percelen schade zou ontstaan door het hogere waterpeil.

Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) komt de appellant met zijn bezwaren op het verkeerde tijdstip, en richt hij zijn pijlen op het verkeerde besluit. Want het besluit tot vervanging van de inlaatvoorzieningen ziet niet op het afstellen van die nieuwe inlaatvoorziening. De manier waarop de inlaatvoorziening wordt afgesteld, is afhankelijk van het gevoerde waterbeheer. Voor het vaststellen van waterpeilen wordt een peilbesluit genomen. Dat dat waterpeil vervolgens feitelijk wordt gerealiseerd door het afstellen van de nieuwe inlaatvoorziening, doet in dezen niet ter zake.

De op zichzelf beschouwde begrijpelijke verwijzing naar het waterplan helpt de appellant niet verder. De Afdeling merkt daarover op dat een peilbesluit mede kan worden gebaseerd op dat waterplan, maar verder is het waterplan niet relevant. Overigens betrof het in deze kwestie geen nationaal of regionaal waterplan dat volgens de Waterwet bij besluiten over het waterbeheer in acht moet worden genomen. Het betrof een op verzoek van een deelgemeente opgesteld plan zonder een in dit kader relevante wettelijke status.

De Afdeling overweegt nog dat als in de toekomst blijkt dat het waterpeil middels de nieuwe inlaatvoorziening niet juist wordt gereguleerd, appellant daarvoor een aparte (handhavings)procedure kan starten. In die procedure kan hij het hoogheemraadschap ertoe kan dwingen om het peilbesluit na te leven.

Daaraan kan worden toegevoegd dat de bezwaren van appellant in volle omvang moeten worden meegenomen als hij deze indient in het kader van een nieuw peilbesluit. Als de appellant daadwerkelijk schade lijdt als gevolg van het peilbesluit, kan hij vervolgens een procedure starten om die schade vergoed te krijgen (nadeelcompensatie). Appellant kan de zaken bespoedigen door het hoogheemraadschap te vragen een nieuw peilbesluit te nemen.

Juridisch gezien is dit geen bijster opzienbarende uitspraak. Maar het is wel de moeite waard om deze uitspraak te behandelen, omdat hij illustreert dat de bestuursrechtelijke wereld soms sterk kan afwijken van wat op het eerste gezicht misschien logisch lijkt.

Tip

Als u het niet eens bent met overheidsbeleid of een overheidsbesluit bekijk dan eerst goed welke bestuursrechtelijke mogelijkheden er zijn om daartegen op te komen. De bestuursrechtelijke realiteit kan tot (positieve en negatieve) verrassingen leiden. A&S Advocaten heeft ervaring met dergelijke procedures en kan u adviseren over en bijstaan in uw zoektocht door de bestuursrechtelijke jungle.

De uitspraak van de Afdeling van 20 mei 2015 vindt u hier (zaaknummer 201408061/1/A4).

Richard van Baalen

Auteur: Richard van Baalen

Email: rvbaalen@aens.nl
T.: 0317 – 425 300

Praktijkgebieden
Civiel- en bestuursrechtelijk agrarisch recht, onroerend goedrecht, algemeen bestuursrecht

Loopbaan
Richard studeerde in 2007 af aan de Universiteit Utrecht, waar hij de master Staats- en Bestuursrecht afrondde. Tijdens en kort na zijn studie was hij griffier bij de Centrale Raad van Beroep. In de twee jaren daarop volgend werkte hij bij een gemeente op de afdeling grondzaken, op het grensvlak tussen het bestuursrecht en het civielrecht. In 2010 trad Richard in dienst bij A&S Advocaten.

Persoonlijk
“Vaak zijn kwesties over Agrarisch recht of Onroerend goedrecht niet puur civiel- of bestuursrechtelijk van aard. De cliënt is er niet altijd mee geholpen om die aandachtsgebieden gescheiden te behandelen. Ik vind het mooi om cliënten een totaaloverzicht voor te kunnen houden. Dat werkt vaak verhelderend. In mijn vrije tijd lees ik graag, bijvoorbeeld over geschiedenis. Ook ben ik vaak te vinden in het bos en het buitengebied, soms op de chopper en soms op hardloopschoenen.”

Nevenactiviteiten

  • Lid Vereniging voor Agrarisch Recht (VAR);
  • Lid (aspirant) Vereniging van Onteigeningsadvocaten (VOA);
  • Lid Vereniging voor Onteigeningsrecht (VvOr);
  • Adviseur kenniswerkgroep Onteigening en Planschade (Nederlandse Vereniging van Makelaars)
  • Docent Academie voor Vastgoed / NVM SOM
  • Divers (kerkelijk) bestuurswerk.

Publicaties

  • Reactie op afwijzing van de voordracht tot vernietiging van ‘Beheersverordening Hellebeuk’ (Tijdschrift voor Omgevingsrecht, mei 2014)
  • De gebrekenregeling: invloed van de planologie – Het huur- en pachtrecht vergeleken (Tijdschrift voor Agrarisch Recht, april 2013)
  • Divers (zie ‘Blog en Nieuws’)