Windturbine subsidie: gemeente schadeplichtig jegens niet-belanghebbende

Windturbine subsidie: gemeente schadeplichtig jegens niet-belanghebbende

Omdat een gemeente te laat besliste op een vergunningaanvraag voor een windturbine, werd geen energiesubsidie uitgekeerd. De gemeente moet die misgelopen subsidie (een schadepost) vergoeden aan een betrokkene, terwijl die de vergunning niet had aangevraagd.

Feiten

Een eigenaar van een windturbine vroeg in 2003 een vergunning aan voor het vervangen van de gondel (dat is de “kop” waaraan de rotor wordt bevestigd). De gemeente besliste niet snel op dat verzoek. De gemeente de aanvraag bewust in de la liggen, zei de aanvrager. In 2009 besliste de Raad van State dat de gemeente onjuist had gehandeld en dat de vergunning al in 2003 van rechtswege was verleend.

Degene die de vergunning aanvroeg, was niet degene die de nieuwe windturbine zou realiseren. Zij hadden onderling wel afgesproken dat de vergunning zou worden overgedragen aan degene die de vernieuwing zou uitvoeren. Maar vanwege de procedurevertraging, liep de uitvoerende partij een zogenaamde MEP-subsidie van
€ 770.577,– mis. Zij vonden dat de gemeente die gemiste subsidie als schade moest vergoeden.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad geeft degene die de windturbine zou vernieuwen gelijk (klik hier voor de uitspraak van 8 juli 2016). Eerder oordeelden het gerechtshof en de rechtbank nog dat de gemeente die schade niet hoefde te vergoeden (klik hier voor de uitspraak van 16 december 2014). Volgens het gerechtshof was degene die de windturbine zou vernieuwen geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht (“Awb). Dat oordeel baseerde het hof op het feit dat degene die de windturbine zou vernieuwen niet degene was die de vergunning had aangevraagd. Volgens het hof betekende dit dat niet voldaan was aan de norm van artikel 6:163 Burgerlijk Wetboek (‘”BW”). En degene die de vergunning had aangevraagd was niet dezelfde persoon als degene die de subsidie zou ontvangen. Uiteindelijk hoefde de gemeente aan niemand schade te vergoeden, volgens het hof.

Zoals gezegd is de Hoge Raad het daarmee niet eens. Volgens de Hoge Raad heeft het hof ten onrechte een koppeling gelegd tussen artikel 1:2 Awb en artikel 6:163 BW. Het gerechtshof heeft in feite een te strikte scheiding tussen de vergunningaanvrager en de windturbinevernieuwer aangebracht.

De Hoge Raad oordeelt dat de gemeente wist dat degene die de windturbines zou gaan vernieuwen, belang had bij de daarvoor benodigde vergunning. Volgens de Hoge Raad is het daarom maatschappelijk onzorgvuldig dat de gemeente de vergunning niet volgens de regels had verleend.

Bredere strekking

Het oordeel van de Hoge Raad is zodanig geformuleerd dat het niet alleen betrekking heeft op misgelopen subsidies. Telkens wanneer de belangen van een bepaalde derde in het spel zijn, terwijl die belangen kenbaar zijn voor het bestuursorgaan en die belangen in zodanige mate betrokken zijn bij een besluit dat het bestuursorgaan ook jegens die derde – afhankelijk van de andere omstandigheden van het geval – in strijd kan handelen met de in het maatschappelijk verkeer in acht te nemen zorgvuldigheid als het bestuursorgaan die normen niet in acht neemt.

Tip

Heeft u schade geleden, of dreigt u schade te lijden, doordat de overheid een besluit neemt (of juist niet neemt)? Vraag u dan niet alleen af of u belanghebbende bent in het besluitvormingstraject, maar ga na of de overheid ook met uw belangen rekening moet houden. Vanzelfsprekend ben ik u graag van dienst in uw standpuntbepaling.

Richard van Baalen

Auteur: Richard van Baalen

Email: rvbaalen@aens.nl
T.: 0317 – 425 300

Praktijkgebieden
Civiel- en bestuursrechtelijk agrarisch recht, onroerend goedrecht, algemeen bestuursrecht

Loopbaan
Richard studeerde in 2007 af aan de Universiteit Utrecht, waar hij de master Staats- en Bestuursrecht afrondde. Tijdens en kort na zijn studie was hij griffier bij de Centrale Raad van Beroep. In de twee jaren daarop volgend werkte hij bij een gemeente op de afdeling grondzaken, op het grensvlak tussen het bestuursrecht en het civielrecht. In 2010 trad Richard in dienst bij A&S Advocaten.

Persoonlijk
“Vaak zijn kwesties over Agrarisch recht of Onroerend goedrecht niet puur civiel- of bestuursrechtelijk van aard. De cliënt is er niet altijd mee geholpen om die aandachtsgebieden gescheiden te behandelen. Ik vind het mooi om cliënten een totaaloverzicht voor te kunnen houden. Dat werkt vaak verhelderend. In mijn vrije tijd lees ik graag, bijvoorbeeld over geschiedenis. Ook ben ik vaak te vinden in het bos en het buitengebied, soms op de chopper en soms op hardloopschoenen.”

Nevenactiviteiten

  • Lid Vereniging voor Agrarisch Recht (VAR);
  • Lid (aspirant) Vereniging van Onteigeningsadvocaten (VOA);
  • Lid Vereniging voor Onteigeningsrecht (VvOr);
  • Adviseur kenniswerkgroep Onteigening en Planschade (Nederlandse Vereniging van Makelaars)
  • Docent Academie voor Vastgoed / NVM SOM
  • Divers (kerkelijk) bestuurswerk.

Publicaties

  • Reactie op afwijzing van de voordracht tot vernietiging van ‘Beheersverordening Hellebeuk’ (Tijdschrift voor Omgevingsrecht, mei 2014)
  • De gebrekenregeling: invloed van de planologie – Het huur- en pachtrecht vergeleken (Tijdschrift voor Agrarisch Recht, april 2013)
  • Divers (zie ‘Blog en Nieuws’)