Landschapsontwikkelingsplan is geen bestemmingsplan

De bestuursrechter van de rechtbank Gelderland heeft recentelijk het college van B&W van de gemeente Epe een tik op de vingers gegeven. Het college heeft een aanlegvergunning voor de teelt van kerstbomen en heesters voor een periode van vier jaar geweigerd. Eiser, de aanvrager van de vergunning huurt een agrarisch perceel, gelegen binnen de grenzen van de gemeente Epe. Het perceel is ongeveer drie hectare groot. Eiser teelt op het perceel sinds 2007 kerstbomen. Een derde heeft bij de gemeente een verzoek om handhaving ingediend, aangezien de teelt plaatsvond zonder aanlegvergunning.

Planvoorschriften

Voor dit perceel geldt volgens het bestemmingsplan de bestemming “agrarisch”. Daarnaast kent het perceel de gebiedsaanduiding “overige zone-groene ontwikkelingszone en overige zone-natte heideontginning”. Op basis van deze regels is een aanlegvergunning vereist voor het beplanten met houtopstanden, waaronder het kweken en telen van bomen.

Aanlegvergunning

Eiser heeft naar aanleiding van het handhavingsverzoek een aanvraag voor een aanlegvergunning (tijdelijk voor de duur van 4 jaar) bij het college van B&W van de gemeente Epe ingediend. Deze heeft de aanvraag geweigerd. Het college heeft de aanvraag getoetst aan haar landschapsontwikkelingsplan (LOP). Hierin is onder meer het volgende opgenomen:

Vorming van een robuust groen casco. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gestreefd naar het sterk ver-groenen van het landschap met behulp van wegbeplanting, erfbeplanting, kavelbeplanting en bosjes.

Weigeringsgronden

Volgens het college van B&W is er geen sprake van het versterken van de landschapsstructuren en kunnen zonder verdere inpassingsmaatregelen de landschappelijke en natuurwaarden niet worden gewaarborgd. Het aanplanten van een singel zou deze waarde wel kunnen waarborgen. Omdat het project, lees het kweken van kerstbomen, onvoldoende is ingepast in het landschap, heeft de gemeente geweigerd de tijdelijke aanlegvergunning te verlenen.

Beroep

Hiertegen is beroep ingesteld bij de bestuursrechter. De bestuursrechter komt bij haar uitspraak tot de conclusie dat de toetsingscriteria voor de aanlegvergunning zijn opgenomen in artikel 47.2 van het geldende bestemmingsplan. Bij het verlenen van de aanlegvergunning dient het college te toetsen aan de in het bestemmingsplan opgenomen criteria. Dit bepaalt artikel 2.11, eerste lid, van de Wabo. Wanneer een aanlegvergunning in strijd is met de criteria, dan dient het college de verggunning te weigeren.

Verkeerde toetsing

De rechtbank stelt echter vast dat het college van B&W van de gemeente Epe de aanvraag niet heeft getoetst aan het geldende bestemmingsplan maar aan de door haar opgestelde landschapswaarden, zoals neergelegd in het LOP. De rechtbank overweegt vervolgens dat het LOP het bestemmingsplan niet opzij kan zetten, noch dat het LOP is opgesteld ter uitvoering van het in het bestemmingsplan neergelegde regels. Enkel het bestemmingsplan vormt voor de aanlegvergunning het toetsingskader. In het bestemmingsplan zijn als bijlagen planregels van landschapswaarden aangegeven. Het is aan deze regels waaraan het college van B&W van de gemeente Epe bij haar beslissing op de aanvraag had moeten toetsten. Nu het college dit niet heeft gedaan, slaagt het beroep van eiser. Het besluit van om de aanlegvergunning te weigeren, is derhalve op deze gronden vernietigd.

Landschapontwikkelingsplannen

De gemeente Epe heeft hier een dure fout gemaakt. Landschapontwikkelingsplannen komen steeds vaker voor. Het zijn beleidsdocumenten die te maken hebben met ruimtelijke ordening. Veel gemeenten hebben voor hun buitengebied een landschapsontwikkelingsplan opgesteld. In een dergelijk plan wordt een integrale visie op het landschap verwoord. Het plan beschrijft welke kwaliteiten van het landschap worden gewaardeerd en welke kansen er zijn om deze te herstellen of te versterken.

Het belangrijkste doel van een LOP is het in samenhang versterken van de eigen identiteit van een landschap. Ook het verbeteren van de leefbaarheid is vaak een onderdeel van het plan. Op zichzelf is het LOP een goed instrument om toekomstig beleid vast te leggen. Maar, zoals uit de besproken uitspraak van de bestuursrechter volgt, kan aan dit plan niet getoetst worden en heeft een plan niet dezelfde status als een bestemmingsplan. Uitgezonderd de situatie waarin het plan geldt ter uitvoering van in het bestemmingsplan neergelegde regels.

Meer info?

Deze uitspraak is terug te vinden onder nummer ECLI:NLRBGEL:2021:4255. Heeft u vragen of opmerkingen? Bel of mail gerust.

Tim Timmermans

Auteur: Tim Timmermans

e-mail: timmermans@aens.nl
Tel: 085 – 48 77 400