Omgevingsvergunning windpark Limburg blijft in stand

In het kader van het winnen van duurzame energie worden op diverse plaatsen in Nederland windparken opgericht of worden hiervoor vergunningen aangevraagd. Zo ook in het buitengebied van de gemeente Peel en Maas. Recentelijk heeft de rechtbank Limburg zich uitgelaten over de beroepen die tegen de omgevingsvergunning voor het oprichten van vijf windturbines waren opgeworpen. Het ging hier om een windpark bestaande uit vijf windturbines met een maximale ashoogte en rotatiediameter van 140 meter. De locatie voor het nieuwe windpark was gelegen op een kilometer afstand van een reeds bestaand windpark. Diverse omwonenden en ondernemers in de omgeving hebben tegen de vergunningverlening beroep bij de rechtbank Limburg ingesteld. Hun bezwaren zagen er onder meer op toe dat zij zich niet konden vinden in de locatiekeuze omdat het windpark in de nabijheid van een reeds bestaand windpark wordt gerealiseerd. De omwonenden vrezen voor ernstige geluidsoverlast, hinder van slagschaduw en voor schade aan hun gezondheid door laagfrequentie geluid van beide windparken.

Geen relatie gezondheidsrisico’s en geluid van windmolens

De rechtbank Limburg heeft alle beroepsgronden van de hand gewezen. De rechtbank heeft onder meer overwogen dat het windpark voldoet aan de normen zoals deze in het activiteitenbesluit milieubeheer over geluid en slagschaduw zijn opgenomen. Daarbij wordt door de rechtbank verwezen naar recente uitspraken van andere rechtbanken alsmede naar de uitkomst van rapporten van het RIVM van 2013 en 2017 en het rapport van de GGD “ Health effect related to wind turbine sound”. De rechtbank concludeert dat er uit deze rapporten naar voren komt dat er geen wetenschappelijk bewijs beschikbaar is voor een directe relatie tussen gezondheidsrisico’s en het geluid van windturbines. Ook is er aldus de rechtbank geen wetenschappelijk bewijs voor gestelde gezondheidsrisico’s van laagfrequent en infrasoon geluid van windturbines.

Geluidsnormen bieden voldoende bescherming

De rechtbank constateert wel dat windturbines kunnen zorgen voor een langdurige ergernis over hinder van de turbines en het gevoel dat de leefkwaliteit is verminderd en dat deze gevolgen hebben voor het welzijn en de gezondheid. Maar voegt de rechtbank hieraan toe dat dit ook voor andere stressfactoren geldt. De rechtbank verwijst nog naar recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Waarin de Afdeling concludeert dat het bevoegde gezag zich in redelijkheid op het standpunt kan stellen dat geluidsnormen uit het activiteitenbesluit voldoende bescherming bieden tegen onder meer laagfrequent geluid en dat er ook geen grond bestaat voor het oordeel dat als gevolg van windturbinegeluid onaanvaardbare gevolgen voor de gezondheid zullen optreden. De rechtbank Limburg verwerpt dan ook de beroepsgronden en concludeert dat verweerder (lees: het college van B & W) zich op het standpunt mag stellen dat er geen indicatie is voor een risico voor de volksgezondheid die noopt tot het opstellen van een MER.

Aanvaardbaarheid uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening

Ook de beroepsgrond die toeziet op eventuele overlast als gevolg van geluidshinder strandt. Gebleken is dat het geluidsniveau (van maximaal 47dB Lden en 41dB Lnight) als gevolg van de windturbines bij de woningen uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar is. Ook hier wordt weer verwezen naar uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Het beroep dat cumulatie van geluid als gevolg van het realiseren van een nieuw windpark dicht bij een bestaand windpark slaagt eveneens niet, nu gebleken is dat ook in dat geval de gestelde geluidsnormen hier niet worden overschreden.

Beperking slagschaduw

Niet betwist wordt dat de windturbines slagschaduw veroorzaken maar bij de behandeling van de beroepen ter zitting is door de vergunninghoudster toegelicht dat er software zal worden gebruikt die mede is afgestemd op de slagschaduw die het eerder gerealiseerde windpark veroorzaakt. Bij dreigende overschrijding van de norm door slagschaduw al of niet mede veroorzaakt door dat andere windpark, worden de windturbines van het te realiseren windpark automatisch stop gezet. De rechtbank oordeelt dan ook dat door deze voorzieningen er geen reden is om te concluderen dat er thans sprake zou zijn van een niet aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De twijfels die door de eisers zijn geuit of de software wel doelmatig kan worden ingezet worden door de rechtbank verworpen. Daarbij merkt de rechtbank ten overvloede op dat mocht blijken dat aan de norm van de slagschaduw niet wordt voldaan daar tegen handhavend kan worden opgetreden nu dit onderdeel uitmaakt van de omgevingsvergunning.

Ongegronde beroep ondernemers

Naast een aantal omwonenden hebben ook nog een aantal ondernemers beroep ingesteld. Het betreft een ondernemer die een visvijver exploiteert alsmede een ondernemer met kassen. In beide gevallen betogen de ondernemers dat zij hinder ondervinden van slagschaduw. De rechtbank concludeert echter dat hier geen sprake is van onaanvaardbare hinder door slagschaduw. Het is wel zo dat met name in de wintermaanden bij laagstaande zon slagschaduw bij de visvijver aan de orde is, maar de exploitant hiervan heeft ter zitting bevestigd dat in de wintermaanden er geen gebruik van de visvijvers wordt gemaakt. Voor wat de kassen betreft blijkt uit onderzoek dat op jaarbasis sprake zou zijn van 70 uur slagschaduw. De rechtbank komt tot oordeel, wat dit onderdeel betreft, dat uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening deze 70 uur aanvaardbaar moet worden geacht. Hierbij heeft de rechtbank nog in aanmerking genomen dat tijdens de werktijden en werkdagen waarop personeel in de kas aanwezig is en tevens slagschaduw optreedt er feitelijk gezien minder dan 7 uur per jaar hinder van slagschaduw zal optreden. Er is dan ook geen sprake van een onaanvaardbaar slecht werkklimaat voor het personeel. Nog opgemerkt wordt dat ter zitting zoals blijkt uit de uitspraak de vergunninghouder bereid is om voorzieningen te treffen om aan het beroep van de eigenaar van de kassen verder tegemoet te komen.

Doelstellingen duurzame energie wegen zwaar

Al met al komt de rechtbank Limburg tot de conclusie dat verweerder (het college) alle aspecten voldoende onderzocht en beoordeeld heeft. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder het belang van het halen van de doelstelling voor duurzame energie zwaarder mogen laten wegen dan de belangen van omwonenden en ondernemers.

Tim Timmermans

Auteur: Tim Timmermans

Mr Tim Timmermans

T: 0317-425300,

E: timmermans@aens.nl

Tim Timmermans is in 1993 na zijn afstuderen begonnen als jurist bij een gerechtsdeurwaarderskantoor in Den Haag. Kort daarna is hij als junior jurist begonnen bij een bouwbedrijf en projectontwikkelaar te Maarssen. Op deze manier kwam hij in contact met een Utrechts advocatenkantoor, met meerdere vestigingen. Voor de vestiging in Amsterdam is Tim toen als stagiaire aan de slag gegaan. Vanaf 1998 is hij als stagiair begonnen in het arrondissement Amsterdam. Na twee jaar is Tim overgegaan naar Utrecht en heeft toen zijn praktijk toegelegd op bouwrecht en huurzaken. In die jaren heeft hij veelvuldig geprocedeerd bij de rechtbanken alsmede bij de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven. Daarnaast legde hij zich naast het civielrechtelijke deel toe op de bestuursrechtelijke kant van het bouwrecht.

Tim heeft 2002 de overstap gemaakt naar een niche kantoor, geheel gespecialiseerd in vastgoed. Naast het procederen in zowel bestuursrechtelijke als civiele zaken, heeft Tim in die tijd in teamverband meegewerkt aan verschillende grote vastgoedtransacties. In 2005 werd hij benaderd door de partners van zijn eerste kantoor. Daar is hij toen als partner toegetreden, maar binnen dat kantoor was veel ruis aanwezig door een terugtreden partner.

Via een studiegenoot kon Tim in Rhenen de vastgoedpraktijk van zijn voorganger mr L. van Esch overnemen. Wegens gezondheidsperikelen moest van Esch per direct zijn werkzaamheden staken. In mei 2006 heeft Tim deze praktijk in Rhenen overgenomen. De crisis van afgelopen periode heeft ook zijn vastgoedpraktijk geraakt. Sinds 2014 heeft Tim zich mede toegelegd op het arbeidsrecht en heeft in 2001 met succes de postacademische opleiding Grotius Onroerend Goedrecht gevolgd.

Nevenactiviteiten
Lid van de Vereniging voor Bouwrecht en de Vereniging voor Vastgoed Juristen.