Tijdig annuleren van een overeenkomst

In de praktijk komt het regelmatig voor, zowel bij consumenten als in het bedrijfsleven, dat je na het sluiten van een overeenkomst spijt krijgt en je de overeenkomst ongedaan wilt maken. Meestal gaat het om een of andere vorm van een abonnement, waar je voor langere tijd aan gebonden bent. In de meeste gevallen bieden de algemene voorwaarden dan uitkomst, waarin bepaald is dat er een bedenktermijn is waarbinnen het abonnement geannuleerd kan worden. De termijn is meestal kort. Recent heeft de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht een dergelijke zaak in behandeling gehad. In het kort kwam het erop neer dat een stichting een opdracht had verstrekt om met naam en adres te worden opgenomen in de Nationale Zorggids. De overeenkomst was aangegaan voor drie jaar met automatische verlenging en een maandtarief van € 180,–, exclusief BTW. Facturering vond plaats per 12 maanden vooraf. De stichting bedacht zich en wilde van deze overeenkomst af. In de algemene voorwaarden van de Nationale Zorggids is opgenomen dat een annuleringstermijn geldt van zeven dagen “vanaf de dag van de aanvang van de overeenkomst”. In geschil was de vraag wanneer de annuleringstermijn van zeven dagen is gaan lopen. De overeenkomst was mondeling aangegaan en door de Nationale Zorggids bevestigd op 24 oktober 2016. De stichting heeft op 31 oktober 2016 de overeenkomst geannuleerd. Zij weigert dan ook de facturen te betalen en is in rechte betrokken.

Vordering: nakoming
In de procedure stelt de Nationale Zorggids dat de stichting niet tijdig binnen de termijn van zeven dagen de overeenkomst heeft geannuleerd. De Nationale Zorggids vordert betaling van de volledige drie jaar. De stichting heeft ter verweer gesteld dat zij wel degelijk tijdig de overeenkomst heeft geannuleerd.

Uitleg kantonrechter
De kantonrechter heeft de stichting in het gelijk gesteld. De kantonrechter heeft bij het vonnis overwogen dat de letterlijke tekst van de algemene voorwaarden van de Nationale Zorggids voor tweeërlei uitleg vatbaar is, namelijk dat de eerste dag van de bedenktermijn aanvangt op de dag van het sluiten van de overeenkomst, of de eerste dag van de bedenktermijn vangt aan op de dag na het sluiten van de overeenkomst. De kantonrechter komt tot oordeel dat de bedenktermijn aanvangt de dag na het sluiten van de overeenkomst. De kantonrechter verwijst daarvoor naar een oud arrest van de Hoge Raad uit 1919. Die zaak zag toe op de vraag wanneer de termijn van het instellen van hoger beroep begint te lopen. In de wet in opgenomen: “de termijn van beroep is drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak van het vonnis”. De Hoge Raad heeft destijds bepaald dat onder “te rekenen van” moet worden begrepen als “na”. Aldus komt de kantonrechter onder verwijzing naar dit oude arrest tot het oordeel dat de bedenktijd in onderhavige zaak begint te lopen de dag nadat de overeenkomst tot stand is gekomen. In dit geval derhalve 25 oktober 2016. De stichting heeft mitsdien binnen de termijn van zeven dagen de overeenkomst tijdig geannuleerd.

Bij zijn overweging heeft de kantonrechter eveneens nog een rol laten spelen de werking van artikel 6:238, lid 2 BW, waar in consumentenzaken is bepaald dat als taalkundig gezien een uitleg vatbaar is voor tweeërlei uitleg, de uitleg in het nadeel valt van degene die deze voorwaarde heeft opgenomen.

Deze uitspraak is derhalve voor de praktijk verhelderend. Een annuleringstermijn of bedenktermijn vangt dus aan de dag nadat het abonnement (de overeenkomst) is gesloten en niet al op de dag zelf waarop het abonnement is aangegaan.

Tim Timmermans

Auteur: Tim Timmermans

Mr Tim Timmermans

T: 0317-425300,

E: timmermans@aens.nl

Tim Timmermans is in 1993 na zijn afstuderen begonnen als jurist bij een gerechtsdeurwaarderskantoor in Den Haag. Kort daarna is hij als junior jurist begonnen bij een bouwbedrijf en projectontwikkelaar te Maarssen. Op deze manier kwam hij in contact met een Utrechts advocatenkantoor, met meerdere vestigingen. Voor de vestiging in Amsterdam is Tim toen als stagiaire aan de slag gegaan. Vanaf 1998 is hij als stagiair begonnen in het arrondissement Amsterdam. Na twee jaar is Tim overgegaan naar Utrecht en heeft toen zijn praktijk toegelegd op bouwrecht en huurzaken. In die jaren heeft hij veelvuldig geprocedeerd bij de rechtbanken alsmede bij de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven. Daarnaast legde hij zich naast het civielrechtelijke deel toe op de bestuursrechtelijke kant van het bouwrecht.

Tim heeft 2002 de overstap gemaakt naar een niche kantoor, geheel gespecialiseerd in vastgoed. Naast het procederen in zowel bestuursrechtelijke als civiele zaken, heeft Tim in die tijd in teamverband meegewerkt aan verschillende grote vastgoedtransacties. In 2005 werd hij benaderd door de partners van zijn eerste kantoor. Daar is hij toen als partner toegetreden, maar binnen dat kantoor was veel ruis aanwezig door een terugtreden partner.

Via een studiegenoot kon Tim in Rhenen de vastgoedpraktijk van zijn voorganger mr L. van Esch overnemen. Wegens gezondheidsperikelen moest van Esch per direct zijn werkzaamheden staken. In mei 2006 heeft Tim deze praktijk in Rhenen overgenomen. De crisis van afgelopen periode heeft ook zijn vastgoedpraktijk geraakt. Sinds 2014 heeft Tim zich mede toegelegd op het arbeidsrecht en heeft in 2001 met succes de postacademische opleiding Grotius Onroerend Goedrecht gevolgd.

Nevenactiviteiten
Lid van de Vereniging voor Bouwrecht en de Vereniging voor Vastgoed Juristen.