Tijdsduur werkzaamheden van belang bij gedoogplicht

Tijdsduur werkzaamheden van belang bij gedoogplicht

Of een gedoogplicht terecht is opgelegd, is mede afhankelijk van de tijdsduur van tijdelijke werkzaamheden.  

Dit kan worden afgeleid uit twee uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: “Afdeling”) van 16 september 2015, (zaaknummers ECLI:NL:RVS:2015:2894 en ECLI:NL:RVS:2015:2895). In beide zaken stond een door het college van Dijkgraaf en Heemraden van het Waterschap Vallei en Veluwe opgelegde gedoogplicht op grond van artikel 5.24 van de Waterwet ter discussie. De gedoogplicht is opgelegd in verband met de uitvoering van het Projectplan Veiligheid Zuidelijke Randmeren en Eem, en verplicht de grondeigenaar/-gebruiker om te gedogen dat hij (tijdelijk) hun grond niet kunnen gebruiken omdat die grond tijdelijk gebruikt wordt als rij- en werkterrein ten behoeve van de realisatie van het Projectplan.

Volgens de appellanten besloeg het gedoogbesluit zoveel grond dat het college geen gedoogplicht op had kunnen leggen. Appellanten waren van mening dat het college een onteigeningsprocedure had moeten doorlopen. De Afdeling oordeelt echter dat het door de gedoogplicht beslagen gebied dermate klein is dat er geen onteigeningsprocedure nodig was (6,5% respectievelijk 6,9% van het totale grondoppervlak).

Vervolgens komt aan de orde hoe lang de betreffende perceelsgedeelten als rij- en werkterrein worden gebruikt en het “normale” gebruik dus niet mogelijk zal zijn. In dat kader toetst de Afdeling, naar mijn mening, terecht, hoe lang het werk feitelijk zal duren. De Afdeling acht in zijn oordeel niet doorslaggevend dat binnen de gedoogplicht ruimte bestaat om de uitvoering van het werk een aantal weken/maanden eerder of later uit te voeren.

Concreet: in de ene zaak duurde het werk, aldus het college, enkele weken en (voor een ander onderdeel van het Projectplan) een of twee periodes van enkele maanden (naar verluidt: 3 tot 6 maanden). In de andere zaak zou het werk binnen twee of drie  periodes van enkele maanden worden afgerond. In beide gevallen concludeert de Afdeling dat de gedoogplicht in stand kan blijven.

Het lijkt erop dat de Afdeling een gedoogplicht in stand zal laten als de grondeigenaar/-gebruiker zijn grond gedurende (een) periode(s) van enkele maanden niet kan gebruiken. Voor zover mij bekend is er nog geen uitspraak verschenen waarin een gedoogplicht is vernietigd omdat het tijdelijke werk te lang zou duren. Hierover zal ongetwijfeld in de toekomst jurisprudentie verschijnen.

Tip

Wordt u geconfronteerd met een gedoogplicht, of wilt u als bestuursorgaan een gedoogplicht opleggen? Bekijk dan niet alleen hoeveel grondoppervlak de gedoogplicht beslaat, maar ook hoe lang het werk zal gaan duren.

Richard van Baalen

Auteur: Richard van Baalen

Email: rvbaalen@aens.nl
T.: 0317 – 425 300

Praktijkgebieden
Civiel- en bestuursrechtelijk agrarisch recht, onroerend goedrecht, algemeen bestuursrecht

Loopbaan
Richard studeerde in 2007 af aan de Universiteit Utrecht, waar hij de master Staats- en Bestuursrecht afrondde. Tijdens en kort na zijn studie was hij griffier bij de Centrale Raad van Beroep. In de twee jaren daarop volgend werkte hij bij een gemeente op de afdeling grondzaken, op het grensvlak tussen het bestuursrecht en het civielrecht. In 2010 trad Richard in dienst bij A&S Advocaten.

Persoonlijk
“Vaak zijn kwesties over Agrarisch recht of Onroerend goedrecht niet puur civiel- of bestuursrechtelijk van aard. De cliënt is er niet altijd mee geholpen om die aandachtsgebieden gescheiden te behandelen. Ik vind het mooi om cliënten een totaaloverzicht voor te kunnen houden. Dat werkt vaak verhelderend. In mijn vrije tijd lees ik graag, bijvoorbeeld over geschiedenis. Ook ben ik vaak te vinden in het bos en het buitengebied, soms op de chopper en soms op hardloopschoenen.”

Nevenactiviteiten

  • Lid Vereniging voor Agrarisch Recht (VAR);
  • Lid (aspirant) Vereniging van Onteigeningsadvocaten (VOA);
  • Lid Vereniging voor Onteigeningsrecht (VvOr);
  • Adviseur kenniswerkgroep Onteigening en Planschade (Nederlandse Vereniging van Makelaars)
  • Docent Academie voor Vastgoed / NVM SOM
  • Divers (kerkelijk) bestuurswerk.

Publicaties

  • Reactie op afwijzing van de voordracht tot vernietiging van ‘Beheersverordening Hellebeuk’ (Tijdschrift voor Omgevingsrecht, mei 2014)
  • De gebrekenregeling: invloed van de planologie – Het huur- en pachtrecht vergeleken (Tijdschrift voor Agrarisch Recht, april 2013)
  • Divers (zie ‘Blog en Nieuws’)