Aansprakelijkheid voor dieren

De wet bepaalt dat de bezitter van een dier aansprakelijk is voor de door het dier aangerichte schade. In de praktijk kan dat toch nog wel eens anders uitpakken. In het algemeen geldt dat een ieder de eigen schade heeft te dragen, tenzij een ander daarvoor aansprakelijk is. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer die ander een overeenkomst niet nakomt en/of onrechtmatig handelt. Bij een onrechtmatig handelen is, naast andere aspecten, onder meer nodig dat iemand een verwijt treft. Dat kan tot lange discussies en procedures leiden met vaak ook bewijscomplicaties. Om dit zoveel mogelijk te beperken heeft de wetgever voor een aantal situaties een risicoaansprakelijkheid gecreëerd. Deze heeft onder meer tot doel bewijscomplicaties te voorkomen, terwijl het doorgaans ook gaat om aansprakelijkheidsrisico’s die verzekerbaar zijn. Wij noemen dit risicoaansprakelijkheid en die geldt onder meer voor de bezitter van gevaarlijke stoffen, opstallen en dieren.

Naast de risicoaansprakelijkheid van de bezitter, heeft de wetgever ook een risicoaansprakelijkheid gegeven voor degene die de genoemde zaken bedrijfsmatig gebruikt. Ook hiermee is geprobeerd de partij die schade heeft geleden tegemoet te komen, omdat doorgaans goed kenbaar is wie de ondernemer is, terwijl een ondernemer doorgaans zijn bedrijfsrisico’s verzekert. Ondanks de goede bedoelingen van de wetgever, pakt dat in de praktijk niet altijd zo goed uit. In de jurisprudentie bleek dat uit een zaak waarbij een jong meisje tijdens het bezoek aan de manege werd getrapt door een paard. De ouders van het meisje stelden de eigenaar van het paard aansprakelijk. Van de zijde van de eigenaar van het paard werd als verweer gevoerd, dat het paard bedrijfsmatig door de manegehouder werd gebruikt en dat deze daarom aansprakelijk was. Daar ontstond een jarenlange procedure over. Het paard werd namelijk niet door de manege gehuurd of voor rijlessen ingezet. Het paard was slechts op de manege ter belering en om zadelmak te worden.

Is er dan toch sprake van bedrijfsmatig gebruik? Volgens de rechtbank, het gerechtshof en de Hoge Raad uiteindelijk wel. In dit geval pakte dat voor het slachtoffertje wel erg zuur uit. Toen na jaren procederen bleek dat de verkeerde partij aansprakelijk was gesteld, was het namelijk ook niet meer mogelijk om de manegehouder aansprakelijk te stellen. Die vordering was verjaard. (LJN: BP1475) Hoewel risicoaansprakelijkheden zijn bedoeld om de zaken eenvoudiger te maken, kunnen deze dus ook weer onduidelijkheden scheppen. De les kan zijn om nog meer naar de feiten te zoeken, goed over de zaak na te denken en bij onduidelijkheid eventueel meer partijen aansprakelijk te stellen. Wellicht wordt daarbij dan een partij ten onrechte aangesproken, maar daarmee wordt wel voorkomen dat op het verkeerde paard wordt gewed.

Jan van Vliet

Auteur: Jan van Vliet

e-mail: jvvliet@aens.nl
Tel: 0317 – 745 701

Praktijkgebieden
Agrarisch recht (met name pacht en maatschappen), Ondernemingsrecht en Erfrecht.

Loopbaan
Jan van Vliet startte zijn loopbaan na zijn studie Notarieel Recht en Nederlands Recht aan de VU in Amsterdam, als jurist bij de boerenstandsorganisatie de Friese CBTB te Leeuwarden. Daar was hij werkzaam tussen 1977 en 1983. Daarna was hij tot 1990 als advocaat en procureur verbonden aan het kantoor Boonstra & De Groot te Leeuwarden. In 1990 was Jan een van de medeoprichters van A&S Advocaten en nu is hij een van de vennoten.

Persoonlijk
“Ik ben een boerenzoon en een echt buitenmens. Daar ligt vanzelfsprekend mijn connectie met het agrarisch recht. In onze vrije tijd telen mijn vrouw en ik bloemen, groenten en fruit. Ik hou van wielrennen en schaatsen. Elke zomer ben ik met mijn racefiets op een col in Frankrijk te vinden. Op de schaats heb ik drie keer de Elfstedentocht uitgereden.”

Nevenactiviteiten

  • lid Vereniging Agrarisch Recht
  • bestuurslid Vereniging van Agrarisch Recht Advocaten
  • bestuurslid van een viertal instellingen/verenigingen