Jurisprudentie onteigeningsrecht (juni 2016)

In dit met enige regelmaat verschijnende overzicht wordt onteigeningsjurisprudentie uit de voorgaande periode behandeld. Ook aanverwante onderwerpen, zoals planschade, landinrichting en de Belemmeringenwet privaatrecht, passeren de revue.

1.            Onterechte inschrijving onteigeningsvonnis

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:210 (X / De hoofdbewaarder van het Kadaster en de openbare registers).

X vond dat in het Kadaster ten onrechte een vonnis was verwerkt waarbij de onteigening was uitgesproken. Het belang van X daarbij was vermoedelijk gelegen in het feit dat de onteigenaar de grond kon gaan gebruiken, terwijl X vond dat het nog niet in rechte vast stond dat de onteigening zou doorgaan. Wat was er gebeurd? De hoofdbewaarder zag dat er twee tegenstrijdige stukken in de openbare registers waren ingeschreven: enerzijds een akte waarin stond dat cassatie was ingesteld tegen het onteigeningsvonnis, anderzijds een exemplaar van het onteigeningsvonnis waarop stond dat er geen cassatie was ingesteld. Wat moest de hoofdbewaarder daarmee? Hij heeft de griffier van de rechtbank bevraagd, die zei dat de hoofdbewaarder er vanuit kon gaan dat er geen succesvolle cassatie was ingesteld. Echter, de Afdeling vindt dat de hoofdbewaarder had moeten wachten tot op de cassatie was beslist. Want, aldus de Afdeling, de hoofdbewaarder heeft geen lijdelijke rol en moet zelf onderzoeken hoe het zit.

X had de cassatieprocedure inmiddels overigens verloren, zodat hij er weinig mee opschoot dat de Afdeling hem gelijk gaf.


2.         Normaal maatschappelijk risico: 5% bij normale maatschappelijke ontwikkeling in lijn der verwachtingen

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 2 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:530 (X / B&W Zundert)

Bij waardevermindering van een onroerende zaak als gevolg van een normale maatschappelijke ontwikkeling, zoals woningbouw op een inbreidingslocatie in een woonkern, waarbij die woningbouw in de lijn der verwachtingen lag, behoort een waardevermindering van 5% van de waarde van de onroerende zaak voor en na “de ramp” tot het normale risico van de aanvrager (behoudens bijzondere omstandigheden).


3.         BTW over rechts- en deskundige bijstand moet worden vergoed

Hoge Raad, 1 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:531 (X / Staat der Nederlanden)

Moet de onteigenaar niet alleen de kosten van rechts- en deskundige bijstand van de onteigende vergoeden, maar ook de BTW? De Staat vindt dat de BTW niet hoeft te worden vergoed als de onteigende een onderneming is die BTW af kan trekken. De Hoge Raad is het daar niet mee eens. Volgens de Hoge Raad ziet de bijstand in de onteigeningsprocedure die aan de orde was op het vaststellen van de hoogte van de schadeloosstelling en dus niet op een onbelaste overgang van grondeigendom. Voor die situatie bepaalt artikel 3 van de Wet op de omzetbelasting dat sprake is van een belaste handeling zodat de ondernemer de BTW niet kan aftrekken.


4.         Gedoogplicht: reeds aanwezige belemmeringen tellen mee

Gerechtshof Amsterdam, 26 april 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1624 (X / Minister van I&M)

Tennet wil onder een hoogspanningsverbinding een nieuwe ondergrondse hoogspanningsverbinding aanbrengen. De agrariërs die het betreffende land exploiteerden kwamen daartegen in verweer. Zij betoogden onder meer dat zij vanwege de al bestaande bovengrondse hoogspanningsverbinding in combinatie met de nieuwe ondergrondse hoogspanningsverbinding, niet meer de regie konden voeren op hun land (bijvoorbeeld vanwege met veiligheidsvoorschriften samenhangende gebruiksbeperkingen). Volgens de minister mocht op geen enkele wijze rekening worden gehouden met de al aanwezige bovengrondse belemmering omdat die al een “gegeven” was. Het hof is het niet met de minister eens, omdat de nieuwe hoogspanningsverbinding immers de druppel kan zijn die de emmer doet overlopen. In dit geval is van zo’n druppel echter geen sprake en is de “gecombineerde” hinder niet dermate belemmerend dat de percelen onteigend zouden moeten worden.

Richard van Baalen

Auteur: Richard van Baalen

Email: rvbaalen@aens.nl
T.: 0317 – 425 300

Praktijkgebieden
Civiel- en bestuursrechtelijk agrarisch recht, onroerend goedrecht, algemeen bestuursrecht

Loopbaan
Richard studeerde in 2007 af aan de Universiteit Utrecht, waar hij de master Staats- en Bestuursrecht afrondde. Tijdens en kort na zijn studie was hij griffier bij de Centrale Raad van Beroep. In de twee jaren daarop volgend werkte hij bij een gemeente op de afdeling grondzaken, op het grensvlak tussen het bestuursrecht en het civielrecht. In 2010 trad Richard in dienst bij A&S Advocaten.

Persoonlijk
“Vaak zijn kwesties over Agrarisch recht of Onroerend goedrecht niet puur civiel- of bestuursrechtelijk van aard. De cliënt is er niet altijd mee geholpen om die aandachtsgebieden gescheiden te behandelen. Ik vind het mooi om cliënten een totaaloverzicht voor te kunnen houden. Dat werkt vaak verhelderend. In mijn vrije tijd lees ik graag, bijvoorbeeld over geschiedenis. Ook ben ik vaak te vinden in het bos en het buitengebied, soms op de chopper en soms op hardloopschoenen.”

Nevenactiviteiten

  • Lid Vereniging voor Agrarisch Recht (VAR);
  • Lid (aspirant) Vereniging van Onteigeningsadvocaten (VOA);
  • Lid Vereniging voor Onteigeningsrecht (VvOr);
  • Adviseur kenniswerkgroep Onteigening en Planschade (Nederlandse Vereniging van Makelaars)
  • Docent Academie voor Vastgoed / NVM SOM
  • Divers (kerkelijk) bestuurswerk.

Publicaties

  • Reactie op afwijzing van de voordracht tot vernietiging van ‘Beheersverordening Hellebeuk’ (Tijdschrift voor Omgevingsrecht, mei 2014)
  • De gebrekenregeling: invloed van de planologie – Het huur- en pachtrecht vergeleken (Tijdschrift voor Agrarisch Recht, april 2013)
  • Divers (zie ‘Blog en Nieuws’)