Spuitzone van minder dan 50 meter

In de praktijk wordt als vuistregel wel een spuitzone van vijftig meter gehanteerd. Deze afstand kan onder voorwaarden echter ook (fors) worden verkleind.

Wat is een spuitzone?

Een spuitzone kan worden omschreven als een buffer tussen (meestal) een boomgaard en een gevoelig object, bijvoorbeeld een woning. In een boomgaard worden bestrijdingsmiddelen toegepast die schadelijke gevolgen kunnen hebben voor de volksgezondheid. Gevoelige objecten moeten worden beschermd en moeten daarom op gepaste afstand blijven. Meerdere provincies hanteerden de vuistregel dat een spuitzone minimaal 50 meter diep moest zijn. Dit werd in de rechtspraak doorgaans geaccepteerd (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“AbRS”), 4 april 2007, LJN BA2191).

Smallere spuitzone mogelijk

Dat de vaak gehanteerde 50 meter-grens geen wet van meden en perzen is blijkt onder meer uit een uitspraak van de AbRS van 9 januari 2013, zaaknummer 201102611/1/R2 (Overbetuwe). Uit deze uitspraak vloeit voort dat een spuitzone van circa 5 meter ook in overeenstemming met het vereiste van een goede ruimtelijke ordening kan zijn. In die zaak was een deskundigenrapport overgelegd waaruit bleek dat de drift van bestrijdingsmiddelen aanzienlijk werd beperkt door de aanwezigheid van 2,5 tot 3 meter hoge, brede wintergroene coniferen en een brede haag van zwarte elzen met ondergroei. In dit geval haalde het bestemmingsplan van de gemeente Overbetuwe de eindstreep echter niet, omdat het in stand houden van de noodzakelijke hagen niet was gegarandeerd.

Voorwaardelijke verplichting

De AbRS overweegt in “Overbetuwe” dat de gemeenteraad in het bestemmingsplan het voorschrift had kunnen opnemen dat de haag in stand moest worden gehouden, en dat de gevoelige bestemming (in casu een recreatieterrein) anders niet als zodanig mocht worden gebruikt (het college van B&W van Overbetuwe heeft dit inmiddels ter harte genomen en een nieuw ontwerpbestemmingsplan ter visie gelegd, genaamd “Buitengebied, Noordhoeksestraat 5, Driel”). Een dergelijk bestemmingsplanvoorschrift was volgens de AbRS ook op zijn plaats in de kwestie “Zone industrielawaai bedrijventerrein Haven Wanssum en Tienray” (uitspraak van 29 december 2010, zaaknummer 201003274/1/R3). De gemeenteraad had de verplichting tot het in stand houden van een noodzakelijke beplantingshaag niet in het bestemmingsplan geregeld, maar was met een derde een planrealisatieovereenkomst aangegaan met onder andere de bepaling dat die derde de beplantingshaag in stand zou houden. De AbRS heeft die werkwijze afgestraft en overwoog daartoe dat het bestemmingsplan de juiste plaats voor dergelijke verplichtingen. Dat dergelijke voorwaardelijke verplichtingen zijn toegestaan (en dat de zogenaamde “toelatingsplanologie” hieraan niet in de weg staat) is bestendige jurisprudentie. Een vroege uitspraak hieromtrent is AbRS 23 april 2003, zaaknummer 200204328/1/ (Amsterdam), waar beslist werd dat het bestemmingsplanvoorschrift dat bouwwerkzaamheden eerst toestond als elders binnen het plangebied werd gesloopt, niet in strijd was met de goede ruimtelijke ordening.

Tip

Dreigt uw bouwplan te sneuvelen wegens de nabijheid van een boomgaard, of kunt u uw boomgaard niet op de gewenste wijze exploiteren in verband met de nabijheid van gevoelige objecten? Onderzoek dan de (juridische) mogelijkheden tot het treffen van feitelijke voorzieningen, wellicht hoeft uw plan dan niet te stranden. Links naar bovenstaande uitspraken: – AbRvS, 4 april 2007, LJN BA2191, Lingewaal, http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BA2191 – AbRvS, 9 januari 2013, zaaknummer 201102611/1/R2, Overbetuwe,http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BY80000 – AbRvS, 29 december 2010, zaaknummer 201003274/1/R3, Tienray,http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BO9160 – AbRvS, 23 april 2003, zaaknummer 200204328/1, Amsterdam,http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=AF7630

 

Richard van Baalen

Auteur: Richard van Baalen

Email: rvbaalen@aens.nl
T.: 0317 – 425 300

Praktijkgebieden
Civiel- en bestuursrechtelijk agrarisch recht, onroerend goedrecht, algemeen bestuursrecht

Loopbaan
Richard studeerde in 2007 af aan de Universiteit Utrecht, waar hij de master Staats- en Bestuursrecht afrondde. Tijdens en kort na zijn studie was hij griffier bij de Centrale Raad van Beroep. In de twee jaren daarop volgend werkte hij bij een gemeente op de afdeling grondzaken, op het grensvlak tussen het bestuursrecht en het civielrecht. In 2010 trad Richard in dienst bij A&S Advocaten.

Persoonlijk
“Vaak zijn kwesties over Agrarisch recht of Onroerend goedrecht niet puur civiel- of bestuursrechtelijk van aard. De cliënt is er niet altijd mee geholpen om die aandachtsgebieden gescheiden te behandelen. Ik vind het mooi om cliënten een totaaloverzicht voor te kunnen houden. Dat werkt vaak verhelderend. In mijn vrije tijd lees ik graag, bijvoorbeeld over geschiedenis. Ook ben ik vaak te vinden in het bos en het buitengebied, soms op de chopper en soms op hardloopschoenen.”

Nevenactiviteiten

  • Lid Vereniging voor Agrarisch Recht (VAR);
  • Lid (aspirant) Vereniging van Onteigeningsadvocaten (VOA);
  • Lid Vereniging voor Onteigeningsrecht (VvOr);
  • Adviseur kenniswerkgroep Onteigening en Planschade (Nederlandse Vereniging van Makelaars)
  • Docent Academie voor Vastgoed / NVM SOM
  • Divers (kerkelijk) bestuurswerk.

Publicaties

  • Reactie op afwijzing van de voordracht tot vernietiging van ‘Beheersverordening Hellebeuk’ (Tijdschrift voor Omgevingsrecht, mei 2014)
  • De gebrekenregeling: invloed van de planologie – Het huur- en pachtrecht vergeleken (Tijdschrift voor Agrarisch Recht, april 2013)
  • Divers (zie ‘Blog en Nieuws’)