Advies welstandscommissie niet meer verplicht

Naar alle verwachting is het op zeer korte termijn niet meer nodig dat een college van burgemeester en wethouders een bouwplan aan haar welstandscommissie voorlegt. Wijziging besluit omgevingsrecht Begin 2013, mogelijk nog in januari, zal het Besluit omgevingsrecht (artikel 6.2) op zodanige wijze worden gewijzigd dat het college een bouwplan alleen aan de welstandscommissie moet voorleggen wanneer het college dat noodzakelijk acht om te kunnen beoordelen of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk in strijd is met de redelijke eisen van welstand.

De wijziging behelst een discretionaire bevoegdheid, ook wel een ‘kan-bepaling’ genoemd. Gemeenten hebben overigens de mogelijkheid om in plaats van bij de welstandscommissie, advies in te winnen bij een stadsbouwmeester. Die mogelijkheid blijft bestaan. Overigens maken weinig gemeenten gebruik van deze mogelijkheid. Welstandstoets vervalt niet Een en ander betekent niet dat bouwplannen niet meer hoeven te voldoen aan redelijke eisen van welstand. Daarvoor zou de Woningwet moeten worden gewijzigd maar dat gebeurt niet. De wijziging van de regelgeving impliceert dus niet het vervallen van welstandsnota’s. Vanaf inwerkingtreding van de wijziging wordt de welstandstoets, wanneer het college het niet noodzakelijk acht om een welstandscommissie in te schakelen, verricht door een ambtenaar. Zo komt de wetgever tegemoet aan de wens om procedures te vereenvoudigen en te verkorten.

Alleen in de wat complexere situaties, die de behandelend ambtenaar niet kan overzien, zal waarschijnlijk in de toekomst advies bij de welstandscommissie worden ingewonnen. Ook in deze situaties is het college echter niet verplicht een welstandscommissie in te schakelen. – ontwerptekst van het gewijzigde besluit omgevingsrecht (blad 18 en 32) – handreiking, opgesteld door BWT-Info – kamerbrief van 22 november 2011, houdende de standpuntbepaling welstand.

Richard van Baalen

Auteur: Richard van Baalen

Email: rvbaalen@aens.nl
T.: 0317 – 425 300

Praktijkgebieden
Civiel- en bestuursrechtelijk agrarisch recht, onroerend goedrecht, algemeen bestuursrecht

Loopbaan
Richard studeerde in 2007 af aan de Universiteit Utrecht, waar hij de master Staats- en Bestuursrecht afrondde. Tijdens en kort na zijn studie was hij griffier bij de Centrale Raad van Beroep. In de twee jaren daarop volgend werkte hij bij een gemeente op de afdeling grondzaken, op het grensvlak tussen het bestuursrecht en het civielrecht. In 2010 trad Richard in dienst bij A&S Advocaten.

Persoonlijk
“Vaak zijn kwesties over Agrarisch recht of Onroerend goedrecht niet puur civiel- of bestuursrechtelijk van aard. De cliënt is er niet altijd mee geholpen om die aandachtsgebieden gescheiden te behandelen. Ik vind het mooi om cliënten een totaaloverzicht voor te kunnen houden. Dat werkt vaak verhelderend. In mijn vrije tijd lees ik graag, bijvoorbeeld over geschiedenis. Ook ben ik vaak te vinden in het bos en het buitengebied, soms op de chopper en soms op hardloopschoenen.”

Nevenactiviteiten

  • Lid Vereniging voor Agrarisch Recht (VAR);
  • Lid (aspirant) Vereniging van Onteigeningsadvocaten (VOA);
  • Lid Vereniging voor Onteigeningsrecht (VvOr);
  • Adviseur kenniswerkgroep Onteigening en Planschade (Nederlandse Vereniging van Makelaars)
  • Docent Academie voor Vastgoed / NVM SOM
  • Divers (kerkelijk) bestuurswerk.

Publicaties

  • Reactie op afwijzing van de voordracht tot vernietiging van ‘Beheersverordening Hellebeuk’ (Tijdschrift voor Omgevingsrecht, mei 2014)
  • De gebrekenregeling: invloed van de planologie – Het huur- en pachtrecht vergeleken (Tijdschrift voor Agrarisch Recht, april 2013)
  • Divers (zie ‘Blog en Nieuws’)