Gedoogplicht vernietigd

Een manegebedrijf dat volgens de minister van I&M moest gedogen dat op haar terrein een opstijgpunt van een hoogspanningsverbinding zou worden aangelegd, is met succes een procedure gestart. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat de zogenoemde gedoogplicht niet in stand kan blijven.

De minister had erkend dat het opstijgpunt een belemmering opleverde. Maar die belemmering zou niet zo ernstig zijn dat het betrokken perceel moest worden onteigen. Volgens de Afdeling heeft de minister dat besluit niet goed genoeg onderbouwd.

Een aantal deskundigen (dierenartsen) had verklaard dat paarden stressgevoelige dieren zijn, die vanwege coronageluid weleens op de vlucht zouden kunnen slaan. Het was niet uitgesloten dat er gevaarlijke situaties zouden ontstaan. De minister had hier onvoldoende rekening mee gehouden. Volgens de Afdeling is het dus niet uitgesloten dat de minister het perceel moet onteigenen. Voorlopig kan de hoogspanningsverbinding niet worden aangelegd.

Het is vaker gebeurd dat een gedoogplicht is vernietigd. Meestal gebeurde dat vanwege de verhouding tussen het bewuste perceelsgedeelte tot het totale perceel. In andere gevallen was ook van belang dat de eigenaar/gebruiker een deel van zijn perceel geheel niet meer kon gebruiken. Uit deze uitspraak blijkt weer dat een onteigeningsprocedure soms ook moet worden gestart als de bedrijfsvoering van de eigenaar/gebruiker al te zeer wordt belemmerd door het nieuwe gebruik dat de overheid wil toestaan.

De uitspraak van de Afdeling (datum 12 augustus 2015, kenmerk ECLI:NL:RVS:2015:2592) vindt u hier.

Mr Richard van Baalen, A&S Advocaten te Wageningen, T.: 0317 – 425 300, E.: rvbaalen@aens.nl

Richard van Baalen

Auteur: Richard van Baalen

Email: rvbaalen@aens.nl
T.: 0317 – 425 300