Jurisprudentie onteigeningsrecht (7 juni 2019)

1. Onteigening: vaststelling schade; motivering door rechtbank bij afwijken rechtbankdeskundigenadvies

Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:315, Hotel Café Restaurant Zwolle / provincie Overijssel

De onteigeningsrechter mag bij het vaststellen van de schade afwijken van het deskundigenbericht, maar moet dat dan wel motiveren. In deze zaak hadden rechtbankdeskundigen hun waardering niet toegelicht. De rechtbank had die waardering wel overgenomen, onder verwijzing naar andere delen van het deskundigenrapport. De Hoge Raad vindt dat voldoende. Hij neemt aan dat de rechtbank – in mijn woorden – de verschillende gedingstukken, waaronder het deskundigenrapport, aan elkaar heeft kunnen “knopen”.

2. Gedoogplicht BP: vaststelling schade

Rechtbank Rotterdam 29 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:2515, X / Tennet

Een ten behoeve van Tennet gevestigde gedoogplicht leidt – waarschijnlijk – tot schade. In deze uitspraak geeft de rechtbank aan de te benoemen deskundige een aantal vingerwijzingen mee om de schade te berekenen:

a. concreet gewasschadeverlies (dus niet op basis van gemiddelden), minus kostenbesparing;

b. daadwerkelijk aantal inzaaibare hectares hanteren, rekening houdend met sloten, erven, paden;

c. rekening houden met extra kosten door “lastiger werken”

d. rekening houden met eventuele extra kop- en wendakkers;

e. inkomensschade begroten die het gevolg is van tijdelijke belemmeringen en permanente belemmeringen;

f. verstoring GPS-apparatuur, rekening houdend met al bestaande verstoring door vliegveld.

3. Onteigening: terugvordering; schadeloosstelling; toepassing artikel 61 lid 2 Onteigeningswet

Hoge Raad 17 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:757, X/Eindhoven

De (naast teruggave van het onteigende wegens niet-gebruik) verschuldigde schadeloosstelling heeft geen punitief karakter. De onteigenaar hoeft dus niet ‘gestraft’ te worden voor de achteraf onnodige onteigening.

Wel billijk is de schadeloosstelling die in acht neemt de vermogenspositie waarin de onteigende zou hebben verkeerd als hij niet onteigend was. Ook moet sprake zijn van een afdoende tegemoetkoming aan de eigenaar voor de onnodige stoornis van zijn eigendom. De onteigenaar vond dat de onteigende i.c. slechts een financieel belang had, en dus geen belang bij teruglevering; de Hoge Raad vindt dat ook.

4. Planschade/onteigening: samenloop

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:330, X / I&W

De staat had minnelijk onteigend een deel van een landgoed ten behoeve van de N18. De koopsom/schadeloosstelling was opgebouwd uit onder meer waardevermindering van het overblijvende c.q. een bedrag voor geluidhinder. De Afdeling oordeelt dat planschade desalniettemin moet worden toegekend, ondanks dat het geluidsaspect al was vergoed. De planschade was niet anderszins verzekerd volgens de Afdeling, nu de overeenkomst uitdrukkelijk vermeldde dat planschade conform de daarvoor gestelde procedure zou worden afgewikkeld.

Richard van Baalen

Auteur: Richard van Baalen

Email: rvbaalen@aens.nl
T.: 0317 – 425 300