Kwaliteitsverschillen onder de Wilg (Wet inrichting landelijk gebied)

Mogen in een ruilverkaveling de kwaliteitsverschillen tussen inbreng en toedeling in geld worden verrekend? De Hoge Raad beantwoordt deze vraag bevestigend.

Casus

In het landinrichtingsproject Saasveld-Gammelke heeft de Uitvoeringscommissie nadere regels voor de lijst der geldelijke regelingen (“LGR”) vastgesteld. Daarin staat onder meer dat kwaliteitsverschil tussen ingebrachte en toegedeelde gronden wordt verrekend in geld. Ver-zoeker heeft de rechtbank verzocht om deze regels onverbindend te verklaren, omdat een wettelijke basis zou ontbreken voor verrekening van kwaliteitsverschillen. De rechtbank kwam niet tegemoet aan dit verzoek, omdat de nadere regels niet in strijd waren met de Wet inrichting landelijk gebied (“Wilg”).

Hoge Raad

In cassatie boog de Hoge Raad zich over de verbindendheid van de nadere regels. Eerst schetst de Hoge Raad dat het herkavelingsproces uit twee stappen bestaat, namelijk de vaststelling van het ruilplan en de vaststelling van de LGR. De toedeling in het ruilplan ge-schiedt op basis van de oppervlakte. In beginsel wordt aan iedere eigenaar een recht toege-deeld van gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming als door hem is ingebracht.

In artikel 62, lid 1 Wilg is vermeld wat de LGR dient in te houden. De Hoge Raad overweegt dat volgens de Wilg in de LGR ook opgave kan worden gedaan van verrekening van overige zaken. Daaruit concludeert de Hoge Raad dat de Wilg geen limitatieve opsomming van ver-rekenposten bevat. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt bovendien dat in de LGR voor elke eigenaar het voordeel van de reconstructie wordt toegerekend naar de mate van het nut. Daartoe wordt de toestand van de grond bepaald en daarvoor is de kwaliteit van de grond een relevante factor.

De Hoge Raad concludeert dat volgens het stelsel van de Wilg alle voor- en nadelen op grond van de ruiling via de LGR dienen te worden verrekend. Daarmee wordt voorzien in een algehele financiële afwikkeling van de herverkaveling. Het gaat daarbij niet alleen om ver-schil in oppervlakte, maar ook om eventuele verschillen in gebruikswaarde of kwaliteit. 2

Volgens de Hoge Raad heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de Wilg voorziet in de mogelijkheid dat ook verschillen in gebruikswaarde of kwaliteit via de LGR verrekend wor-den. De nadere regels zijn dus niet in strijd met de Wilg en daarmee niet onverbindend.

De uitspraak vindt u hier.

Annelou Olde Beverborg

Auteur: Annelou Olde Beverborg

Email: aoldebeverborg@aens.nl
T: 0317 – 425 300

Praktijkgebieden
Agrarisch recht, bestuursrecht en algemeen civiel recht.

Loopbaan
Annelou Olde Beverborg studeerde aan de Rijksuniversiteit Groningen Nederlands recht en Accountancy & Controlling. Na haar afstuderen in 2013 was zij 5 jaar werkzaam als adviseur bij Alfa Accountants. Daar zag ze dat agrariërs veelvuldig met complexe wet- en regelgeving te maken kregen. Dit was voor haar reden om zich met werk en studie te specialiseren in het agrarisch recht. In 2018 is Annelou gestart bij A&S. Ze vindt haar uitdaging in het doorgronden van de kern van juridisch probleem. Ook is zij door haar achtergrond goed in staat het financiële aspect van een specifieke zaak te doorzien.

Persoonlijk
Met mijn Twentse nuchterheid heb ik een mooie aansluiting bij de agrarische praktijk. In mijn vrije tijd sport ik veel en kook ik graag. En als het even kan, probeer ik wat van de wereld te zien.