Nadelige gevolgen van een projectplan: de gedoogplicht en het recht op schadevergoeding

Wanneer door een waterschap een projectplan wordt opgesteld kan het zijn dat u daarvan als burger nadeel ondervindt. Dat betekent niet dat het plan niet door kan gaan. Maar hoe zit het dan met de schadevergoeding? Het antwoord op die vraag bespreek ik in deze blog aan de hand van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘’de Afdeling’’) van 17 maart 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:557).

Situatie

De casus speelt zich af in de provincie Noord-Brabant. Waterschap de Dommel heeft bij besluit van 9 juli 2019 het projectplan Run Grootgoor (hierna: ‘’het projectplan’’) vastgesteld. Het projectplan heeft betrekking op de aanleg van een waterberging om wateroverlast in stroomafwaarts van de Run gelegen gebieden binnen de kom van onder andere Eindhoven en Sint-Oedenrode te verminderen.

Appellant (1) – de eigenaar van een aantal agrarische percelen die grenzen aan en liggen binnen het project gebied – verzet zich tegen de herinrichting van de Run ter hoogte van Grootgoor. Hij vreest voor ernstige nadelige gevolgen, onder meer door vernatting van zijn percelen.

Onderdelenfuik

In hoger beroep voert appellant diverse gronden aan. De meeste gronden worden echter, volgens de zogenaamde onderdelenfuik, afgewezen omdat de gronden niet eerder in de procedure naar voren zijn gebracht. Omdat er geen reden is waarom die gronden niet al bij de rechtbank konden worden aangevoerd moeten de gronden buiten beschouwing worden gelaten. Het betoog dat het bestreden besluit onbevoegd is genomen faalt.

Gedoogplicht

Ten aanzien van de aanleg van de kade, de afwateringssloot en de duiker overweegt de Afdeling:

‘’Afhankelijk van de uitkomst worden deze maatregelen al dan niet gerealiseerd en vindt er, indien nodig, compensatie plaats om de nadelige effecten van deze inrichtingsmaatregelen ongedaan te maken, dan wel deze zoveel mogelijk te beperken. In het geval het waterschap een gedoogplicht oplegt voor de te realiseren inrichtingsmaatregelen of in het uiterste geval overgaat tot onteigening, wordt de schade volledig vergoed door het waterschap’’.

Omdat nadelige effecten van het inrichtingsplan worden gecompenseerd, slaagt het bezwaar tegen het projectplan niet. De Afdeling oordeelt dat de agrariër de maatregelen moet accepteren als het waterschap een gedoogplicht neemt, hetgeen aanvaardbaar wordt geacht omdat de schade dan te lijden volledig moet worden vergoed.

Belangen appellant

Tot slot overweegt de Afdeling dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het dagelijks bestuur van het waterschap bij de vaststelling van het projectplan onvoldoende gewicht heeft toegekend aan zijn belangen en dat het waterschap daarom niet in redelijkheid tot de vaststelling van dit projectplan heeft kunnen komen. Hierbij haalt de Afdeling haar uitspraak van 14 december 2016 aan (ECLI:NL:RVS:2016:3310). Uit deze uitspraak blijkt dat het niet zo is dat geen nadelige gevolgen mogen optreden als gevolg van een projectplan. Wel moet op grond van artikel 5.4 lid 2 Waterwet het projectplan beschrijven welke voorzieningen getroffen kunnen worden om de nadelige gevolgen van de uitvoering van het werk ongedaan te maken of te beperken.

Conclusie

Indien u nadeel ondervindt van bijvoorbeeld een projectplan, dienen de nadelige effecten onder omstandigheden gecompenseerd te worden zodat het nadeel wordt weggenomen. In het projectplan moet worden beschreven welke voorzieningen kunnen worden getroffen. Het kan echter ook zijn dat een gedoogplicht wordt opgelegd of dat u wordt onteigend. Dan moet de schade volledig vergoed worden.

Heeft u hiermee te maken? Neem dan gerust contact met ons op! Dan kijken we samen wat uw mogelijkheden zijn.

 

Michelle Groenewoud

E: mgroenewoud@aens.nl

T: 0317 – 745 704

 

[1] Iemand wordt als appellant aangemerkt als diegene in een juridisch geschil de partij is die besluit om in hoger beroep te gaan. In deze zaak heeft dus al een rechtszaak in eerste aanleg plaatsgevonden, de uitkomst hiervan was niet naar wens en daarom is appellant in hoger beroep gegaan.

Auteur: AenS Advocaten

T: 0317-42 53 00
E: wag@aens.nl