Overdraai windturbine – planologische borging is niet genoeg

Het realiseren van een windturbine is juridisch geen eenvoudige aangelegenheid. Zowel bestuurs-rechtelijk als privaatrechtelijk zijn er de nodige hobbels te nemen. In de hier behandelde uitspraak ontbreekt één schakel; de overdraai over een buurperceel is niet geregeld. De rechter legt de bouw van de windturbine voor een belangrijk deel stil.

Situatie

Ten behoeve van het grootste windpark op land ‘Windpark Wieringermeer’ is een rijksinpassingsplan vastgesteld en onherroepelijk in werking getreden. De bouw van de 99 turbines vordert gestaag, maar kent ook de nodige problemen.

Veel van de rotorbladen draaien over eigendom van iemand die geen eigenaar/opstalgever is voor de mast van de betreffende turbine. Dat wordt ‘overdraai’ genoemd. Dat is ook aan de orde bij turbine ‘NB-02’:

Mogelijkheid: gedoogplicht

De eigenaar van het overdraaiperceel (hierna: de buurman) heeft geen toestemming gegeven voor de overdraai over zijn perceel. Desalniettemin is het rijksinpassingsplan vastgesteld. De Raad van State verklaarde het beroep van de buurman ongegrond, omdat er een gedoogplicht kan worden opgelegd op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht.

Kort geding

Ook na die uitspraak heeft de buurman geen toestemming verleend voor de overdraai. Desalniette-min heeft de windturbine-exploitant de realisatie van de turbine aangevangen. De buurman verzet zich daartegen en heeft (voorlopig) succes geboekt. De buurman heeft een kort geding gestart om te voorkomen dat de windturbine wordt gerealiseerd. De rechter verbood het voortzetten van de bouw en legde de exploitant een substantiële dwangsom op.

Gedoogplicht niet opgelegd

Een belangrijk feit is dat de exploitant geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om de minister te vragen om de buurman een gedoogplicht op te leggen. Als desondanks overdraai gerealiseerd zou worden, zou de exploitant onrechtmatig handelen. Want anders zou de exploitant per saldo aan de buurman een met waarborgen omklede rechtsgang in het kader van de gedoogplicht ontnemen.

Belangenafweging

Het eigendomsrecht van de buurman is sterk. Hij zou als gevolg van de overdraai, die op meer dan 60 meter hoogte plaats heeft, mogelijk geen directe schade lijden. Maar hij zou wel een potentiële bouwmogelijkheid verliezen. Dat weegt in de belangenafweging van de rechter mee. De rechter weegt voorts mee dat de exploitant heeft nagelaten om te concretiseren hoe groot de financiële ge-volgen van een verbod voor hem zijn. Ook heeft hij niet inzichtelijk gemaakt wat de gevolgen van een verbod zijn voor zijn bedrijfsvoering.

Daarnaast weegt de rechter mee dat de exploitant doorgaans erfdienstbaarheden vestigt ten behoeve van overdraai. Vermoedelijk is bedoeld/gewogen dat daarbij vergoedingen worden betaald, waar-op de buurman geen aanspraak heeft.

Slot

Uiteindelijk zal de buurman de overdraai wellicht niet tegen kunnen of willen houden. De tijd zal het leren. Als uiteindelijk een gedoogplicht wordt opgelegd, zal hij aanspraak maken op een volledige vergoeding. Ook (plan)schade als gevolg van het rijksinpassingsplan waarbij de overdraai mogelijk is gemaakt, dient dan te worden vergoed. Tot die tijd is de buurman heer en meester op zijn eigen-dom.

Geen onderhandelingen? Dan ook geen overeenstemming en noch een gedoogplicht. De onderhan-delingen kunnen dus van start.

 

[1] Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 4 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1228, ro. 69.2.

[2] Uitspraak voorzieningenrechter Noord-Holland 8 juni 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:4184.

Richard van Baalen

Auteur: Richard van Baalen

Email: rvbaalen@aens.nl
T.: 0317 – 425 300