Planschade: pas op voor passieve risicoaanvaarding

Planschade: pas op voor passieve risicoaanvaarding

De agrariër die niet wist (maar wel had kunnen weten) van verslechterende planologische omstandigheden had ter voorkoming van nadeel snel een bouwplan moeten indienen. Dat deed hij niet. Hij verliest daarmee planologische mogelijkheden en hij krijgt geen schadevergoeding.

De uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: “Afdeling”) van 7 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3597 geeft een mooi voorbeeld van hoe het uitgangspunt van passieve risicoaanvaarding in planschadesferen wordt toegepast. Van passieve risicoaanvaarding is sprake als het voor iemand voorzienbaar is dat bestaande planologische (bouw- of gebruiksmogelijkheden) op zijn perceel zullen vervallen, niets onderneemt om die mogelijkheden te behouden. Of, in de woorden van de Afdeling:

5.1.  Voor de beantwoording van de vraag of de aanvrager het risico dat de onder het oude planologische regime bestaande bouw- of gebruiksmogelijkheden op diens perceel zouden vervallen passief heeft aanvaard, is van belang of de voortekenen van de nadelige planologische wijziging reeds enige tijd zichtbaar waren.

Voor de bevestigende beantwoording van de vraag of de aanvrager het risico dat de onder het oude planologische regime bestaande bouw- of gebruiksmogelijkheden van zijn onroerende zaak zouden vervallen passief heeft aanvaard, is voldoende dat, bezien vanuit de positie van een redelijk denkende en handelende eigenaar, aanleiding bestond rekening te houden met de kans dat de planologische situatie ter plaatse zou gaan veranderen in een voor hem ongunstige zin. Daarbij dient rekening te worden gehouden met concrete beleidsvoornemens die openbaar zijn gemaakt. Voor voorzienbaarheid is niet vereist dat een dergelijk beleidsvoornemen een formele status heeft (zie de overzichtsuitspraak van de Afdeling van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2582).

In deze kwestie draait het om een agrariër die percelen nabij zijn bedrijfswoning in eigendom heeft. Die percelen mag hij ‘normaal’ agrarisch gebruiken. Ook mag hij sierteelt toepassen (in kassen).

De gemeente had een structuurplan gepresenteerd, waarin stond dat de agrarische bestemming van zijn grond zou vervallen en dat daarvoor een groenstrook, een weg en een watergang in de plaats zouden komen. Met het vervallen van de agrarische bestemming vervielen ook de bebouwingsmogelijkheden van het betreffende plangedeelte. Dit structuurplan was aangekondigd in de Staatscourant en in een plaatselijke krant, maar de grondeigenaar had die publicaties gemist. Dat is voor de grondeigenaar vervelend, want omdat hij niet van die plannen op de hoogte was had hij geen aanleiding om de ongebruikte bouwmogelijkheden alsnog te benutten.

Maar zoals gebruikelijk is het feit dat de grondeigenaar die publicaties niet kende hier niet doorslaggevend; wel is doorslaggevend dat hij de publicaties had kúnnen kennen.

De grondeigenaar bracht bij de Afdeling ook naar voren dat het niet had uitgemaakt als hij de publicaties wel had gekend. Want binnen 11 maanden nadat de publicaties waren verschenen, was het nieuwe plan al daar. En, aldus de grondeigenaar, het is niet mogelijk om in 11 maanden een bouwplan te ontwikkelen.

Ook hier gaat de Afdeling niet in mee. In het planschaderapport dat de gemeente heeft gebruikt bij het besluit om geen planschade toe te kennen, staat onder meer dat de grondeigenaar (op een ander dan het hier betrokken perceel) kassen aanwezig heeft. Het zijn oudere kassen, te weten 31 tot 38 jaar oud. In de kassen zijn alleen basisvoorzieningen aanwezig. Ook de voorzieningen van de schermhal zijn beperkt. Het bedrijf is traditioneel opgezet zonder bijzondere technische voorzieningen. De rechtbank had deze planschadekwestie al eerder behandeld en kwam toen tot de conclusie dat er geen aanleiding was om planschade te vergoeden. Dat was zo, omdat voor kassenbouw de mogelijkheid bestaat om gebruik te maken van standaard bouwplannen en standaard constructieberekeningen die eenvoudig kunnen worden aangepast aan de concrete situatie. Ook had de grondeigenaar volgens de rechtbank voor een gefaseerde uitvoering van de uitbreiding van de kassen kunnen kiezen. Dat de grondeigenaar vanwege bedrijfseconomische omstandigheden het plan niet had gerealiseerd of kunnen realiseren doet hier niet aan af, omdat bedrijfseconomische overwegingen geen rol spelen bij de beantwoording van de vraag of passieve risicoaanvaarding kan worden tegengeworpen, aldus de rechtbank. De Afdeling laat al deze oordelen in stand. Er wordt dus geen planschade vergoed vanwege passieve risicoaanvaarding.

Tip

Ziet men overheidspublicaties over het hoofd, kan daar hij daar enige jaren later forse nadelige consequenties van ondervinden. Zoals in deze uitspraak het geval was, kan het gebeuren dat men planschade lijdt die niet wordt vergoed. Houd overheidspublicaties dus in de gaten. Dat kan bijvoorbeeld via overuwbuurt.overheid.nl, waar u zich kunt aanmelden voor een e-mailservice over ontwikkelingen in uw buurt.

Richard van Baalen

Auteur: Richard van Baalen

Email: rvbaalen@aens.nl
T.: 0317 – 425 300

Praktijkgebieden
Civiel- en bestuursrechtelijk agrarisch recht, onroerend goedrecht, algemeen bestuursrecht

Loopbaan
Richard studeerde in 2007 af aan de Universiteit Utrecht, waar hij de master Staats- en Bestuursrecht afrondde. Tijdens en kort na zijn studie was hij griffier bij de Centrale Raad van Beroep. In de twee jaren daarop volgend werkte hij bij een gemeente op de afdeling grondzaken, op het grensvlak tussen het bestuursrecht en het civielrecht. In 2010 trad Richard in dienst bij A&S Advocaten.

Persoonlijk
“Vaak zijn kwesties over Agrarisch recht of Onroerend goedrecht niet puur civiel- of bestuursrechtelijk van aard. De cliënt is er niet altijd mee geholpen om die aandachtsgebieden gescheiden te behandelen. Ik vind het mooi om cliënten een totaaloverzicht voor te kunnen houden. Dat werkt vaak verhelderend. In mijn vrije tijd lees ik graag, bijvoorbeeld over geschiedenis. Ook ben ik vaak te vinden in het bos en het buitengebied, soms op de chopper en soms op hardloopschoenen.”

Nevenactiviteiten

  • Lid Vereniging voor Agrarisch Recht (VAR);
  • Lid (aspirant) Vereniging van Onteigeningsadvocaten (VOA);
  • Lid Vereniging voor Onteigeningsrecht (VvOr);
  • Adviseur kenniswerkgroep Onteigening en Planschade (Nederlandse Vereniging van Makelaars)
  • Docent Academie voor Vastgoed / NVM SOM
  • Divers (kerkelijk) bestuurswerk.

Publicaties

  • Reactie op afwijzing van de voordracht tot vernietiging van ‘Beheersverordening Hellebeuk’ (Tijdschrift voor Omgevingsrecht, mei 2014)
  • De gebrekenregeling: invloed van de planologie – Het huur- en pachtrecht vergeleken (Tijdschrift voor Agrarisch Recht, april 2013)
  • Divers (zie ‘Blog en Nieuws’)