Toegang tot de voorzieningenrechter na Varkens in Nood-arrest

In het Varkens in Nood-arrest van het Europese Hof van Justitie is onder meer bepaald dat ‘leden van het publiek’ toegang tot de rechter moeten kunnen krijgen als zij eerder gebruik hebben gemaakt van ruimere inspraakrechten bij besluiten over milieuaangelegenheden. De zogenaamde personen-fuik, die ook vastligt in de Algemene wet bestuursrecht, bleek in strijd met het Verdrag van Aarhus. Zie onze blog over het Varkens in Nood-arrest. Op 17 juni 2021 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ”Afdeling”) uitspraak over het door de gemeenteraad van Nieuwegein vastgesteld bestemmingsplan Zuid-oostelijke Stadsrand. In dit artikel zal ik eerst kort herhalen wat er in uitspraken op nationaal niveau is bepaald naar aanleiding van het Varkens in Nood-arrest. Daarna zal ik ingaan op de uitspraak van 17 juni 2021 van de voorzieningenrechter.

Gevolgen Varkens in Nood-arrest

De personenfuik houdt in dat een belanghebbende alleen beroep kan instellen bij de bestuursrechter als hij eerder een zienswijze heeft ingediend, tenzij dit hem redelijkerwijs niet kan worden verweten. In kader van milieuaangelegenheden kan een belanghebbende door de uitspraak van het Hof niet worden verweten dat hij geen zienswijze ingediend heeft.

Uit een aantal uitspraken op nationaal niveau is gebleken dat de uitspraak van het Hof verder strekt dan de specifieke gevallen in het kader van milieuaangelegenheden. Ook is gebleken dat niet alleen de personenfuik komt te vervallen, maar ook de onderdelenfuik. Het is dan, anders dan voorheen, ook mogelijk om te klagen over de onderdelen waarover in de zienswijze niet is geklaagd. Zie in dit kader ECLI:NL:RBGEL:2021:935 en ECLI:NL:RBGEL:2021:938.

De Afdeling heeft op 14 april 2021 uitspraak gedaan in een zaak die niet over het Verdrag van Aarhus ging. In alle omgevingsrechtelijke zaken waarin een openbare voorbereidingsprocedure van toepassing is, moet de belanghebbende ruimere toegang krijgen tot de bestuursrechter, aldus de Afdeling. Dit, omdat niet altijd duidelijk is of het om een Aarhus-zaak gaat. De wetgever dient de wet nog aan te passen. Het is mogelijk dat de wetgever ervoor kiest om de ruimere toegang wel tot enkel Aarhus zaken te beperken. Tot dan zal de Afdeling daar echter geen onderscheid in maken. Voorlopig geldt de ruimere toepassing van het toegangsrecht dus niet alleen voor milieuzaken, maar voor alle omgevingsrechtelijke besluiten.

Op 4 mei 2021 heeft de Afdeling geoordeeld dat soms ook een niet-belanghebbende beroep tegen een omgevings-besluit kan doen. Het is dan wel vereist dat hij een zienswijze heeft ingediend. Een beroep van een niet-belanghebbende zal echter vaak stranden op het relativiteitsvereiste.

Uitspraak voorzieningenrechter

In de uitspraak van 17 juni 2021 ging het om het volgende. Het vastgestelde bestemmingsplan maakt fase 4 van het bedrijventerrein Het Klooster mogelijk. Dit terrein ligt tussen het Amsterdam-Rijnkanaal, het Lekkanaal en de A27. Aan de overkant van het Amsterdam-Rijnkanaal bevindt zich kasteel Heemstede. De eigenaar van het kasteel, een vijftal stichtingen en verenigingen en een vijftal bewoners van woningen aan de Heemstedeweg hebben beroep ingesteld tegen de vaststelling van het bestemmingsplan. Zij vinden dat het bedrijventerrein het karakter van de omgeving en hun woon- en leefklimaat op een onaanvaardbare wijze zal aantasten.

Om te voorkomen dat het bestemmingsplan in werking treedt is door de eigenaar en een aantal anderen een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De rechter toets allereerst of de verzoekers als belanghebbenden aangemerkt kunnen worden en (1) ontvankelijk zijn. Is dat het geval dan oordeelt hij of sprake is van een (2) spoedeisend belang.

(1) Ontvankelijkheid

De eigenaar van het kasteel had een zienswijze ingediend, de anderen niet. De rechtbank oordeelt in lijn met de uitspraken van de Afdeling van 14 april (ECLI:NL:RVS:2021:786) en 4 mei 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:953). Die lijn houdt in, dat artikel 6:13 Awb niet aan belanghebbenden wordt tegengeworpen. Zij ‘struikelen’ dus niet op het niet-indienen van een zienswijze.

De voorzieningenrechter overweegt dat de afstand van het plangebied tot de woningen aan de Heemstedeweg ongeveer 150m is. De afstand tot de buitenplaats Heemstede bedraagt ongeveer 200m. De voorzieningenrechter is er niet van overtuigd dat zich op die afstanden geen gevolgen van enige betekenis meer kunnen voordoen. De door de gemeenteraad in de argumentatie genoemde richtafstanden zijn niet bedoeld om die gevolgen van enige betekenis te duiden, maar om de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de gevolgen van een voorziene ontwikkeling te beoordelen. De voorzieningenrechter wijst er verder op dat, ook als niemand van verzoekers belanghebbende zou zijn, het beroep voor zover ingesteld door de eigenaar van het kasteel ontvankelijk is, omdat hij een zienswijze over het ontwerpbesluit heeft ingediend.

(2) Spoedeisend belang

De gemeenteraad stelt dat geen sprake is van spoedeisendheid. De aanvragen om omgevingsvergunning zullen niet eerder dan in het najaar van 2021 ingediend worden. De voorzieningenrechter gaat hier niet in mee. Vanaf het moment dat het plan inwerking treedt, kunnen op grond van het plan omgevingsvergunningen worden verleend. Om die reden bestaat er een spoedeisend belang. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen zwaarwegende belangen zijn, die zich tegen het treffen van een voorlopige voorziening verzetten. De gemeenteraad stelt namelijk dat er op korte termijn geen omgevingsvergunningen aangevraagd en verleend zullen worden. De bouw zal pas starten, wanneer de kavels in het plangebied zijn geleverd. Die levering is onder meer afhankelijk van het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Ook hierin ziet de voorzieningenrechter een aanwijzing dat er geen sprake is van zwaarwegende belangen die zich tegen het treffen van een voorlopige voorziening verzetten.

Slot

Met deze uitspraak lijkt, in lijn met de eerder genoemde uitspraken in ‘bodemzaken’, de toegang naar de voorzieningenrechter te zijn versoepeld. Dit valt alleen nog niet met zekerheid te zeggen. Of dat zo is, zal uit toekomstige procedures moeten blijken.

Twijfelt u over het indienen van een zienswijze? Of wilt u beroep instellen tegen een besluit? Bel ons vrijblijvend om te zien wat wij voor u kunnen betekenen. Wij helpen u graag verder.

Ewa Koryzna

Auteur: Ewa Koryzna

mr E.I. (Ewa) Koryzna
E: ekoryzna@aens.nl
T: 085 – 48 77 400